Artikel

De kwaliteit van bestuur wordt niet bepaald door het besluit maar door hoe mensen samenwerken wanneer het spannend is.”

Waarom de toekomst van lokaal bestuur vraagt om autonoom leiderschap en inclusief samenwerken?

De werkelijkheid van het lokaal bestuur is de afgelopen tien jaar ingrijpend veranderd. Maatschappelijke vraagstukken zijn complexer geworden, belangen lopen verder uiteen en inwoners verwachten terecht dat bestuurders niet alleen besluiten nemen, maar ook verbinden, luisteren en richting geven. Tegelijkertijd dient zich een generatie aan die niet meer werkt vanuit hiërarchie en zwart-witdenken, maar vanuit samenwerking, betekenis en gedeelde verantwoordelijkheid.

Bij de vorming van colleges en bestuurlijke teams ligt de nadruk nog vaak op inhoud, portefeuilles en personen. Wat onderbelicht blijft, is de vraag welk type samenwerking en leiderschap nodig is om als college daadwerkelijk effectief te functioneren. En nog fundamenteler: hoe werken wij samen wanneer het spannend wordt?

De praktijk laat zien dat veel bestuurlijke knelpunten niet ontstaan op inhoud, maar op interactie. Daar waar rollen vervagen, verwachtingen impliciet blijven en het echte gesprek wordt vermeden, ontstaat ruis. Besluitvorming vertraagt, onderling vertrouwen neemt af en verschillen worden eerder persoonlijk dan functioneel.

Autonoom leiderschap als basis

Onder deze dynamiek ligt één kernvaardigheid: autonoom leiderschap.

Het vermogen om jezelf te kennen, je gedrag te begrijpen en bewust te handelen, juist wanneer de druk toeneemt.

Autonoom leiderschap betekent in de praktijk:
• herkennen wat er in jezelf gebeurt onder spanning
• onderscheid maken tussen persoonlijke overtuiging en bestuurlijke rol
• verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag en effect
• spanning benutten in plaats van vermijden

Zonder dit fundament blijft samenwerking afhankelijk van toevalligheden. Met dit fundament ontstaat consistentie in gedrag en besluitvorming.

De dagelijkse praktijk

In een college van een middelgrote gemeente ontstond na een voortvarende start langzaam vertraging in besluitvorming. Overleggen werden langer, dossiers bleven terugkomen en irritaties werden voelbaar maar niet uitgesproken.

Wat zichtbaar werd toen hier nader naar gekeken werd:
• een wethouder trok zich terug wanneer zijn standpunt onvoldoende werd overgenomen
• een andere bestuurder ging juist sterker sturen en domineren
• de voorzitter probeerde harmonie te bewaren en vermeed het benoemen van spanning

Iedereen handelde vanuit betrokkenheid. Tegelijkertijd versterkten deze reacties elkaar.

Pas toen dit patroon expliciet werd gemaakt, veranderde het gesprek. Niet langer over standpunten, maar over gedrag, rol en interactie.

Daar ontstond ruimte voor andere keuzes.

De kern van impact

Dit soort situaties laten zien dat samenwerking altijd plaatsvindt op drie ervaringsniveaus tegelijk:
• de persoon (het verlangen, de behoefte)
• de context (welke middelen of vereisten zijn er nodig?)
• de organisatie en of het systeem (het doel of bredere publieke onbewuste belangen)

Wanneer deze door elkaar lopen, ontstaat verwarring de rol wordt diffuus en kan minder actiegerichte impact genereren. Autonoom leiderschap helpt dan juist om deze niveaus te onderscheiden en bewust te hanteren.

Het model Rol in perspectief maakt dit concreet en toepasbaar in de praktijk.

Twee zielen en twee verdiepende perspectieven

In het werken met deze vraagstukken opereren professionals zoals Rishma Cats-Harinandansingh en Tatiana van Rijswijk-Koot.

Rishma brengt diep inzicht in de bestuurlijke context. Zij begrijpt hoe besluitvorming, politieke druk en rolverhoudingen doorwerken in samenwerking. Haar bijdrage ligt in het zichtbaar maken van waar het in de bestuurlijke interactie schuurt.

Tatiana werkt vanuit leiderschap en (onbewust) gedrag. Met meer dan dertig jaar ervaring richt zij zich op het ontwikkelen van autonoom leiderschap en het zichtbaar maken van onderliggende patronen. Zij maakt expliciet wat vaak impliciet blijft.

In hun gezamenlijke benadering worden context en gedrag met elkaar verbonden. Dat maakt het mogelijk om niet alleen te begrijpen wat er speelt, maar ook om er anders naar te handelen. Vanuit Innervida wordt deze manier van werken toegepast binnen bestuurlijke en organisatorische contexten, waarbij steeds gewerkt wordt op de samenhang tussen individu, team en systeem.

Het risico als deze laag ontbreekt

Wanneer autonoom leiderschap en inclusieve samenwerking geen onderdeel zijn van het functioneren van een college, ontstaan herkenbare patronen:
• gesprekken blijven op inhoud, terwijl de onderstroom bepalend is
• besluiten worden genomen, maar missen draagvlak
• spanning wordt vermeden, waardoor deze ondergronds sterker wordt
• rollen lopen door elkaar, wat leidt tot misverstanden

Dit leidt wellicht niet direct tot uitval, maar wel tot verminderde effectiviteit en afnemend vertrouwen.

De oplossing; Inclusief samenwerken als ontwikkelvraagstuk

Samenwerken in een college is geen vanzelfsprekendheid, maar een vaardigheid. Inclusief samenwerken vraagt nog wat extra bewustzijn in hoe we de dingen met elkaar doen.

In de bestuurlijke context betekent het dat besluitvorming plaatsvindt op basis van het actief ophalen, wegen en benutten van alle perspectieven. Juist deze diversiteit aan perspectieven bevat vaak essentiële informatie over risico’s, uitvoerbaarheid en draagvlak.

In de praktijk is zichtbaar dat onder spanning of tijdsdruk de neiging bestaat om terug te vallen op een beperkt aantal perspectieven, waardoor belangrijke signalen niet worden meegenomen.

Inclusief samenwerken vraagt daarom bestuurlijke discipline en de moed om heel even te vertragen. Door juist dan het gesprek te verdiepen, de verschillen te onderzoeken en besluiten zo te nemen dat gerekend kan worden op breed gedragen verantwoordelijkheid.

Dat vraagt om:
• openhartig kunnen luisteren zonder direct te willen reageren
• problemen en uitdagingen vanuit meerdere perspectieven te zien en meningen achterwege te laten en verschillen toe te laten en juist te benutten
• spanning te verdragen en productief te maken
• elkaar aan te spreken vanuit rol en verantwoordelijkheid

Dit ontwikkelt zich niet vanzelf, maar vraagt bewustwording en oefening in de praktijk

Het slotstuk!

Goed bestuur ontstaat waar inzicht en gedrag samenkomen. Waar bestuurders niet alleen weten wat er moet gebeuren, maar ook begrijpen hoe zij dat samendoen, juist wanneer het ingewikkeld wordt.

Daar ligt de kern van autonoom leiderschap en inclusief samenwerken.

Leuk artikel? Deel en volg ons op LinkedIn, Facebook

Veel gestelde vragen

Bestuurlijke samenwerking begint met het bewust beantwoorden van strategische vragen: waarom samenwerken, met wie en op welke manier? Het gaat om het gezamenlijk optrekken van bestuurders bij vraagstukken die de grenzen van de eigen organisatie of gemeente overstijgen. De kwaliteit van bestuurlijke samenwerking wordt echter niet alleen bepaald door structuren en afspraken. De dagelijkse praktijk leert dat de onderlinge dynamiek in een college van burgemeester en wethouders minstens zo bepalend is. Hoe ga je om met spanning? Wat doe je als belangen botsen? Kun je vertragen wanneer dat nodig is? Effectieve bestuurlijke samenwerking vraagt om bestuurders die zichzelf kennen, hun patronen herkennen en bereid zijn om kwetsbaar te zijn. Zonder die persoonlijke laag ontstaan er onzichtbare blokkades die de besluitvorming vertragen en de kwaliteit van het bestuur ondermijnen.
Inclusief samenwerken betekent dat je als team of organisatie bewust aandacht besteedt aan de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Het gaat verder dan alleen diversiteit: het draait om het creëren van een omgeving waarin iedereen zich gezien voelt, gelijke kansen krijgt en daadwerkelijk invloed kan uitoefenen. In het lokaal bestuur is dit bijzonder relevant. Bestuurlijke opgaven worden steeds complexer en vragen om meerdere perspectieven. Inclusief samenwerken in een college of managementteam betekent dat er ruimte is voor diepere dialoog, dat verschillende invalshoeken worden gewaardeerd en dat niet alleen de luidste stem wordt gehoord. Dit vraagt discipline en moed: de discipline om te vertragen wanneer het spannend wordt, en de moed om patronen te benoemen die de samenwerking belemmeren. Het is geen vanzelfsprekendheid, maar een bewust ontwikkelvraagstuk.
De kwaliteit van besluitvorming in een bestuurlijk of organisatorisch team hangt niet alleen af van de beschikbare informatie of de inhoudelijke expertise. Uit de praktijk blijkt dat vertragingen en impasses vaak worden veroorzaakt door onbewuste gedragspatronen, niet door inhoudelijke meningsverschillen. Denk aan een college van burgemeester en wethouders waar besluiten steeds worden uitgesteld. Op het eerste gezicht lijkt het een inhoudelijk vraagstuk, maar bij nader inzien blijkt dat de collegeleden terugvallen op vaste gedragspatronen wanneer de druk toeneemt. De een vermijdt confrontatie, de ander neemt over, weer een ander trekt zich terug. Om de besluitvorming te verbeteren is het essentieel om deze patronen zichtbaar te maken en bespreekbaar te houden. Dit kan door regelmatig te reflecteren op het samenwerkingsproces, niet alleen op de inhoud. Werken op drie niveaus helpt: de persoon (wie ben ik onder druk?), de context (wat speelt er tussen ons?) en het systeem (welke patronen herhalen zich?).
Een inclusief team is een team dat wordt geleid zonder ego en zonder angst. Het is een omgeving waarin iedereen zich welkom voelt, veiligheid ervaart en actief wordt betrokken op basis van unieke kwaliteiten en perspectieven. In de context van gemeentelijk bestuur en management gaat het er concreet om dat alle teamleden, of het nu wethouders, directeuren of beleidsmedewerkers zijn, daadwerkelijk hun stem kunnen laten horen. Niet alleen in formele vergaderingen, maar juist in de momenten waarop het spannend wordt en belangen botsen. Het bouwen van een inclusief team is geen eenmalige actie maar een continu ontwikkelproces. Het vraagt om bewust investeren in psychologische veiligheid, het benoemen van patronen die uitsluiting in stand houden, en het creëren van een cultuur waarin diversiteit van denken wordt gezien als kracht in plaats van als obstakel.
De vier fundamentele leiderschapsvaardigheden die in elke context relevant zijn, zijn zelfbewustzijn, communicatie, beïnvloeding en leervermogen. Deze vaardigheden vormen samen de basis waarop effectief leiderschap wordt gebouwd. Zelfbewustzijn is het startpunt: weten wat je drijft, waar je gevoelig voor bent en hoe je functioneert onder druk. Communicatie gaat verder dan alleen informatie overbrengen; het gaat om luisteren, doorvragen en het creëren van een open dialoog. Beïnvloeding draait niet om macht, maar om het vermogen om anderen mee te nemen in een richting die het collectief dient. Leervermogen ten slotte zorgt ervoor dat je als leider blijft groeien en je aanpast aan veranderende omstandigheden. In het lokaal bestuur worden deze vaardigheden op de proef gesteld. De complexiteit van maatschappelijke opgaven, de diversiteit aan belangen en de politieke dynamiek vragen om bestuurders die deze vier vaardigheden bewust en continu ontwikkelen. Niet als theoretisch concept, maar als dagelijkse praktijk.

Laten we samen iets moois
beginnen!

Heb je een vraag of wil je gewoon even sparren?
Mail naar sparren@innervida.nl